Hoe werkgevers je koopkracht verhogen zonder een loonsverhoging

Heel wat bedrijven laten hun werknemers genieten van kortingen bij allerlei handelaars en leveranciers. Is deze vorm van alternatieve verloning een interessant extralegaal voordeel?

Het is gekend dat de lonen in ons land zwaar belast worden. Binnen de OESO heeft België met 54 procent alvast de hoogste gemiddelde belastingdruk voor alleenstaande werknemers. Toch is er een voorzichtige daling merkbaar. Die hebben we volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling te danken aan lagere personenbelastingen en werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid. Die zijn het gevolg van de taxshift van de regering-Michel.

Maar om de alsnog hoge loonbelastingen enigszins te mijden, grijpen werkgevers maar al te graag terug naar extralegale voordelen. Spontaan denken we daarbij aan een groeps- of hospitalisatieverzekering, een bedrijfswagen of maaltijdcheques. Het wettelijke gamma is echter een stuk uitgebreider. Ook rechtstreekse prijskortingen bij handelaars of leveranciers behoren tot de mogelijkheden.

‘Zulke kortingen kunnen we klasseren onder de zogenaamde no cost benefits‘, zegt Xavier Baeten. Hij is professor aan de Vlerick Business School en expert inzake beloningsbeleid in organisaties. ‘Dankzij de hoeveelheid potentiële klanten die de werkgever kan aanbieden, kan hij van bepaalde leveranciers een korting afdwingen voor zijn personeelsleden. De werknemer geniet een financieel voordeel, terwijl de werkgever enkel een bijdrage betaalt aan de tussenpartij die het platform onderhoudt en de administratie op zich neemt.’

Honderden euro’s

Merits & Benefits is zo’n tussenpartij die gepersonaliseerde voordelenplatformen voor bedrijven uitwerkt. ‘Door kortingen aan te bieden, verhoog je als werkgever op een eenvoudige en goedkope manier de koopkracht van je medewerkers’, zegt CEO Jeroen De Pooter. ‘Zo’n voordeel is onbelast voor werkgever en werknemer, en er dienen geen sociale bijdragen op betaald te worden. Als bedrijf betaal je hiervoor gemiddeld tien euro per werknemer. In ruil daarvoor krijg je gemotiveerde medewerkers die honderden euro’s kunnen besparen.’

Maar zijn werknemers wel te vinden voor dit soort van extralegale voordelen? ‘We hebben dit in het verleden onderzocht binnen de Vlerick Business School, en het antwoord is: ja’, zegt Xavier Baeten. ‘Prijskortingen staan wel degelijk hoog aangeschreven bij loontrekkenden, maar er gelden wel enkele randvoorwaarden. Het moet bijvoorbeeld om substantiële double digit reducties. Kortingen van twee of drie procent zijn eerder zinloos.’

Xavier Baeten adviseert werkgevers ook om te focussen op vrij courante producten of diensten. ‘Op die manier wordt de werknemer er vaak aan herinnerd’, meent hij. ‘Een goed voorbeeld is een korting bij de apotheker om de hoek. Bovendien mag het allemaal niet te complex zijn. Een zeer uitgebreid scala van aanbieders bij wie men korting krijgt, raad ik af. Dit houdt te veel zoekwerk in en leidt de aandacht af van je werknemers.’

Vouchers

BNP Paribas Fortis biedt zijn personeelsleden via het Merits & Benefits-platform al geruime tijd kortingen en voordelen aan bij honderden handelszaken, winkelketens, pretparken en webshops. ‘In veel gevallen gaat het om vouchers die meer waard zijn dan het betaalde bedrag’, zegt woordvoerder Hilde Junius. ‘Je koopt bijvoorbeeld een Kinepolis-voucher voor 8,35 euro, maar aan de kassa in de bioscoop is die tien euro waard. En voor een Carrefour-waardebon van vijftig euro betaal je slechts 47,50 euro.’

Daarnaast genieten de werknemers ook rechtstreekse kortingen bij een aankoop in bepaalde (web)winkels. ‘Die bekomen ze via hun voordeelkaart, een afgedrukte kortingsbon of een online promotiecode’, zegt Hilde Junius. ‘Hiermee besparen ze bijvoorbeeld één cent per getankte liter diesel of benzine, twintig procent op een jaarabonnement van bepaalde tijdschriften, en tot vijftig euro op een vakantie bij een van onze partners. Ook voor vliegtuigtickets, de toegang tot pretparken en pechbijstand voor de auto voorzien we kortingen.’

Hoeveel een werknemer van de bank op deze manier jaarlijks kan besparen, valt volgens BNP Paribas Fortis niet te becijferen. ‘Maar wie vaak bij de gesloten handelaars shopt en goed weet wat hij wil, kan zo wel een flinke winst besparing realiseren’, klinkt het. ‘Dit voordeel staan overigens los van de verloning van onze medewerkers. Het is een extraatje voor wie er gebruik van wil maken. Geheel vrijblijvend, dus.’

 

(Bron: moneytalk.knack.be)


Alleen in België daalt koopkracht

In andere Europese landen gaan werknemers er op vooruit.

België is het enige Europese land waar werknemers vorig jaar minder konden kopen met hun loon. De inkomens gingen door de index lichtjes omhoog, maar onvoldoende om het verlies aan koopkracht door de inflatie op te vangen. Sinds 2001 zijn de loonstijgingen in ons land overigens aan de magere kant. En er is niet snel ­beterschap in zicht.

De Europese werknemers hebben vorig jaar aan koopkracht gewonnen, zo blijkt uit een studie van het Europees Vakbondsinstituut (ETUI). In een aantal Oost-Europese ­landen gaat het om stijgingen met meer dan vijf procent. De Roemenen kregen zelfs 8,94 procent extra. Enkel bij ons moeten de werknemers het met minder stellen.

Niet dat onze lonen echt daalden, maar door de indexsprong en andere loonmatigingsmaatregelen stegen ze slechts heel beperkt. Daarnaast lag de inflatie in ons land veel hoger dan elders, zegt onderzoeker Kurt Vandaele van het Europees Vakbondsinstituut. Tel je dat samen, dan is de conclusie dat de Belgische koopkracht er als enige op achteruitging van alle Europese landen.

 

Geen beterschap

De laatste jaren zijn de loonstijgingen in ons land maar een mager beestje. “Enkel in 2000 was er nog eens een stevige verhoging. In de jaren ervoor en erna is aanhoudend een beleid van loonmatiging gevoerd”, zegt Vandaele. “Dit jaar is daar voor het eerst sinds 2008 een volwaardig interprofessioneel akkoord over gesloten, maar de loonstijging blijft beperkt.”

En ook de komende jaren moeten Belgische werknemers geen forse verhogingen verwachten, zegt Vandaele. Het federaal parlement keurde vorige week de zogenaamde Wet van 1996 goed, van minister van Werk Kris Peeters (CD&V). Die moet ervoor zorgen dat onze lonen zeker niet meer kunnen stijgen dan in onze buurlanden.

 

Economie hapert

Nu die wet goedgekeurd is, kunnen in alle bedrijfssectoren nieuwe collectieve akkoorden over de lonen afgesloten worden, beklemtoonde werkgeversorganisatie VBO gisteren. Eerder is afgesproken dat de loonsverhoging ­bovenop de index hooguit 1,1 procent mag bedragen de komende twee jaar.

 

De Europese vakbonden hebben 2017 uitgeroepen tot het jaar van de loonstijging: de ­vele matigingsmaatregelen in veel landen blijkt er namelijk voor te zorgen dat de consumenten minder uitgeven, wat mee de economie doet stokken. Daarom heeft ook de ­Europese Centrale Bank al ­gepleit om opnieuw de lonen te laten stijgen.

De vakbonden verliezen in Europa overigens wat aan aanhang, zo blijkt ook uit de studie. Maar ook daarin is België een uitzondering. Bij ons houden de vakbonden stand, zo’n 55 procent van de werknemers is en blijft aangesloten.

 

(Bron: gva.be)